
Dat het vennootschappenstelsel niet het meest swingende onderwerp voor een ondernemer is, zijn we met u eens. Toch kan het interessant zijn om u in dit onderwerp te verdiepen. Zoals u waarschijnlijk al weet, staan er op dit punt een aantal belangrijke wijzigingen op de agenda. We nemen u even mee.
Op 20 juli 2017 nam de federale minsterraad een wetsontwerp aan over een hervorming van de vennootschappen, die stapsgewijs wordt ingevoerd. Op dit moment zitten we in de laatste fase van de invoering van het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Het doel van de wijzigingen is een vergroting van de slagkracht van het Belgische bedrijfsleven, zodat Belgische bedrijven beter kunnen concurreren met bedrijven in andere EU-landen.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen?
De meest opvallende wijziging is het afschaffen van het minimum startkapitaal voor het oprichten van een BV. Voorheen moest er minimaal een kapitaal zijn van 18.550 euro. Bovendien bepaalt het nieuwe vennootschapsrecht dat NV's voortaan ook door één persoon mogen worden opgericht, terwijl vroeger het minimum lag op twee personen. De drempel om een BV of NV op te richten is dus duidelijk verlaagd.
Het grote aantal vennootschapsvormen wordt verminderd van 17 naar 8. Wel zo overzichtelijk! Zo zijn er straks alleen nog maar de volgende vormen: maatschap, een vennootschap onder firma (VOF), een commanditaire vennootschap (CommV), een besloten vennootschap (BV, voorheen de BVBA), een coöperatieve vennootschap (CV, voorheen SVBA), een naamloze vennootschap (NV), een Europese vennootschap (SE) of een Europese coöperatieve vennootschap (SCE).
Hierbij is de BV nog steeds de ideale rechtsvorm voor kleinere en middelgrote ondernemingen, omdat hiervoor geen startkapitaal nodig is. De NV past het beste bij grote bedrijven (met een startkapitaal vanaf € 61.500). Voor de maatschap geldt een eenvoudige oprichting, maar is wel risicovoller (met een onbeperkte en persoonlijke aansprakelijkheid). En voor de coöperatieve vennootschap kan worden gekozen bij minstens drie aandeelhouders.
Het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV) gaat dus niet alleen over vennootschappen, maar ook over verenigingen. De aard van de activiteiten is dus niet meer bepalend, maar het onderscheid ligt in de winstuitkering. Als vereniging mag u winst maken, zolang u deze maar uitkeert aan een belangeloos doel.
Verder worden alle vennootschappen, vzw’s en stichtingen voortaan worden beschouwd als onderneming. Het onderscheid tussen ‘burgerlijke’ en ‘commerciële’ vennootschappen vervalt hiermee en alle vennootschappen kunnen een faillissement aanvragen.
Als maatregel om het Belgische vennootschapsrecht aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeerders is voortaan de bestuursaansprakelijkheid beperkt tot een maximaal bedrag, zodat het bestuurdersrisico minder groot wordt.
Daarnaast zijn er nog een aantal andere wijzigingen, zoals meer openheid voor de BV. Deze kan bijvoorbeeld meer aandelen overdraagbaar maken. En het ‘recht’ verhuist niet mee, wanneer een Belgische vennootschap haar zetel naar het buitenland verhuist. In deze gevallen geldt dan het buitenlandse ondernemingsrecht.
Wat betekenen de veranderingen voor bestaande vennootschappen? Het wetboek is voor het eerst van toepassing op elke vennootschap vanaf het nieuwe boekjaar, zodra er een termijn van één jaar is verstreken na de bekendmaking van het wetboek in het Belgisch Staatsblad. Er wordt van elke onderneming verwacht dat zij de statuten in overeenstemming brengen naar het nieuwe vennootschapsrecht vóór 2029. Gebeurt dit niet, dan wordt de onderneming automatisch omgevormd naar de meest passende vennootschapsvorm.
Meer weten? Raadpleegt u hier het volledige wetsontwerp.